Zorg, onderwijs en opvang

Ontruimingsalarm in een woonzorglocatie

RH Beveiligingstechniek B.V. RH Beveiligingstechniek B.V.
· · 9 min leestijd

Een woonzorglocatie is geen standaard kantoorpand. Dat merken we elke dag als we daar een brandmeld- of ontruimingsinstallatie plaatsen.

Inhoudsopgave
  1. Wanneer is een ontruimingsalarm verplicht?
  2. De praktijk: signalering en bediening
  3. Beheer en onderhoud: aantoonbaar veilig
  4. Koppeling met andere systemen
  5. Tot slot: een rustige, werkbare oplossing
  6. Veelgestelde vragen

Bewoners zijn vaak minder mobiel, soms afhankelijk van hulpmiddelen of personeel. Een ontruimingsalarm moet daarom niet alleen hard genoeg zijn, maar ook duidelijk maken wat er moet gebeuren – en dat in een omgeving waar rust en veiligheid elkaar voortdurend afwisselen. Wat ons opvalt is dat veel zorginstellingen wel een brandmeldinstallatie hebben, maar dat het ontruimingsalarm er nogal eens als een standaardoplossing bij hangt.

Terwijl juist in de zorg de inrichting van het alarmsysteem bepalend is of een ontruiming slaagt. Daarom lopen we hier de belangrijkste punten langs.

Wanneer is een ontruimingsalarm verplicht?

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de brandveiligheid van gebouwen. Of u een ontruimingsalarminstallatie nodig heeft, hangt af van de gebruiksfunctie, de grootte van het gebouw, het aantal personen en de risico’s die het bevoegd gezag ziet. In de praktijk komt het erop neer dat zodra u te maken heeft met een zorgfunctie (zoals een woonzorglocatie, verpleeghuis of kleinschalig wooninitiatief) er bijna altijd een vorm van georganiseerde ontruiming nodig is.

Het Bbl verwijst daarbij naar de NEN 2575 voor ontruimingsalarminstallaties en de NEN 2535 voor brandmeldinstallaties.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien: een ontruimingsalarm is niet alleen een kwestie van een sirene ophangen. Het systeem moet afgestemd zijn op de manier waarop bewoners worden geëvacueerd. Denk aan gesproken evacuatieberichten in plaats van alleen een toon, of een gefaseerde ontruiming waarbij eerst de ene vleugel wordt gewaarschuwd en daarna de andere.

De praktijk: signalering en bediening

In een woonzorglocatie werken we vaak met een combinatie van automatische detectie (rookmelders, hittemelders) en handbrandmelders.

Zodra een melder afgaat, moet het ontruimingsalarm op de juiste plekken en met het juiste volume worden geactiveerd. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk zien we regelmatig dat het alarm in een lege gang loeit terwijl in de slaapkamers het geluid nauwelijks hoorbaar is. Of dat het signaal te agressief is voor bewoners met dementie, waardoor ze in paniek raken in plaats van rustig worden begeleid.

Daarom adviseren wij om bij het ontwerp van de installatie niet alleen naar de norm te kijken, maar ook naar de dagelijkse praktijk. Hoe bewegen bewoners zich door het gebouw?

Fasering en zone-indeling

Waar zijn de verzorgenden? Welke ruimtes worden ’s nachts gebruikt?

Een goede installateur stemt het systeem daarop af. Wij doen dat bijvoorbeeld door het geluidsniveau per zone te meten en in te regelen, en door te kiezen voor centrales die meerdere boodschappen kunnen uitzenden. Bij een ontruiming in een zorginstelling is het zelden nodig om het hele gebouw in één keer te laten leeglopen. De norm NEN 2575 beschrijft dat een ontruimingsalarminstallatie moet kunnen worden ingedeeld in zones.

Zo kunt u eerst alleen de brandende zone alarmeren, daarna de omliggende zones, en pas in laatste instantie het hele pand. Dit heet gefaseerd ontruimen, wat bij ontruiming met kwetsbare personen extra aandacht vraagt.

Het voorkomt onnodige paniek en geeft personeel de tijd om bewoners rustig te verplaatsen. In de praktijk betekent dit dat de installatie moet zijn voorzien van een centrale die per zone aanstuurt, en dat er een duidelijk ontruimingsplan ligt waarin staat wie welke zone alarmeert. Dat plan moet regelmatig worden geoefend, niet alleen op papier maar ook in het echt. Wij zien dat instellingen die twee keer per jaar een oefening doen, veel beter voorbereid zijn dan instellingen die het alleen in een map hebben staan.

Beheer en onderhoud: aantoonbaar veilig

Een ontruimingsalarminstallatie is een veiligheidsvoorziening die moet blijven werken. Het Bbl en de verzekeraar stellen eisen aan periodiek onderhoud.

Voor brandmeldinstallaties geldt NEN 2654 voor het beheer, en voor ontruimingsalarminstallaties is er de NEN 2575 die ook onderhoudsvoorschriften geeft. In de praktijk komt het erop neer dat u minimaal één keer per jaar een volledige inspectie moet laten uitvoeren, en dat u een logboek bijhoudt van storingen, testen en wijzigingen. Wat ons betreft is dat logboek minstens zo belangrijk als de installatie zelf.

Storingen en opvolging

Want als er een incident is, wil de brandweer of de verzekeraar kunnen zien dat u uw verantwoordelijkheid heeft genomen.

Een digitaal logboek, zoals wij dat aanbieden, maakt dat eenvoudig: u ziet direct wanneer de laatste test is gedaan, of er openstaande storingen zijn en of het onderhoud op schema ligt. Een veelgehoord probleem in zorginstellingen is dat er storingen op de brandmeldcentrale blijven staan omdat ‘het alarm toch niet afgaat’. Dat is riskant. Een storing kan betekenen dat een hele zone niet meer bewaakt wordt. Wij adviseren dan ook om storingen binnen 24 uur te laten verhelpen, en in ieder geval een storingsdienst paraat te hebben. Als installateur kunnen we dat regelen, maar het is ook iets wat u zelf in uw beheerorganisatie moet borgen.

Koppeling met andere systemen

In moderne woonzorglocaties staat een ontruimingsalarm zelden op zichzelf. Het wordt vaak gekoppeld aan de brandmeldinstallatie, maar ook aan slimme toegangscontrole voor zorglocaties (zodat deuren automatisch openen bij alarm) en aan CCTV (zodat de centrale post kan meekijken).

Soms is er een koppeling met het oproepsysteem van de zorg, zodat verpleegkundigen direct een melding krijgen op hun pieper of telefoon. Die koppelingen moeten goed worden ontworpen en getest. Een deur die niet opengaat bij een alarm, of een camera die niet schakelt naar de juiste beelden, kan in een noodsituatie grote gevolgen hebben. Wij zien het als onze taak om die systemen op elkaar af te stemmen, zodat ze samenwerken zonder dat er vertraging ontstaat.

Tot slot: een rustige, werkbare oplossing

Een ontruimingsalarm in een woonzorglocatie is geen standaardproduct. Het vraagt om maatwerk, om inzicht in de zorgpraktijk en om een installateur die verder kijkt dan de norm alleen.

Als u bezig bent met een nieuwbouwproject, een renovatie of een upgrade van uw bestaande installatie, dan helpen wij u graag met een ontwerp dat past bij uw gebouw, uw bewoners en uw manier van werken. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. We kijken dan samen wat er nodig is – zonder druk, maar met kennis van zaken.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een ontruimingsalarm verplicht in een zorginstelling?

Bij RH Beveiligingstechniek B.V. begrijpen we dat woonzorglocaties unieke omgevingen zijn. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de brandveiligheid, en in de zorg is een georganiseerde ontruiming vaak noodzakelijk.

Wat is het verschil tussen een brandmeldinstallatie en een ontruimingsalarm?

Dit komt omdat we rekening moeten houden met de mobiliteit van bewoners en de behoefte aan duidelijke communicatie, vaak met behulp van gesproken waarschuwingsberichten.

Hoe moet een ontruimingsalarm worden afgesteld in een zorginstelling?

Een brandmeldinstallatie waarschuwt voor brand, terwijl een ontruimingsalarm specifiek ontworpen is om bewoners veilig te evacueren. Bij RH Beveiligingstechniek B.V. adviseren we om de installatie af te stemmen op de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld door het gebruik van gesproken waarschuwingsberichten in plaats van alleen een alarmtoon. Dit zorgt voor een effectievere en geruststellende evacuatie.

Wat is de rol van fasering bij een ontruiming?

Bij RH Beveiligingstechniek B.V. benadrukken we dat het afstellen van een ontruimingsalarm verder gaat dan alleen het plaatsen van een sirene. We analyseren de bewegingspatronen van bewoners, de indeling van de ruimtes en de aanwezigheid van verzorgenden.

Door het geluidsniveau per zone te meten en te regelen, en door gebruik te maken van centrales die meerdere boodschappen kunnen uitzenden, zorgen we voor een optimale evacuatie. Een goede ontruiming verloopt niet in één keer. RH Beveiligingstechniek B.V. adviseert om te werken met fasering, waarbij eerst de verdieping waar de brand is, wordt ontruimd, daarna de verdieping boven de brand en vervolgens de verdieping onder de brand. Dit zorgt voor een gecontroleerde en veilige evacuatie van het gehele gebouw.

Wat zijn de belangrijkste factoren die een ontruimingsalarm bepalen?

Bij RH Beveiligingstechniek B.V. kijken we bij het ontwerp van een ontruimingsalarm naar verschillende factoren, waaronder de grootte van het gebouw, het aantal bewoners, de mobiliteit van de bewoners en de risico's die het bevoegd gezag ziet.

We werken altijd samen met de zorginstelling om een systeem te realiseren dat specifiek is afgestemd op de behoeften van de bewoners en personeel.


RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

✓ Geverifieerd auteur ✓ brandveiligheid en beveiligingstechniek voor bedrijven
RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

Meer over Zorg, onderwijs en opvang

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Brandmelding in een zorglocatie: waar let u op?
Lees verder →