We komen regelmatig bij panden waar één gebouw meerdere functies heeft. Een winkel met een magazijn erachter, een kantoor met een showroom, of een bedrijfsverzamelgebouw waar verschillende huurders zitten.
▶Inhoudsopgave
Dan wordt het interessant zodra de verzekeraar met de VRKI komt. Want hoe bepaalt u de risicoklasse als de ene ruimte vol staat met dure elektronica en de andere alleen archiefkasten bevat? De Verbeterde Risicoklassenindeling (VRKI) is het instrument dat verzekeraars gebruiken om het inbraakrisico van een pand in te schatten.
Het kijkt naar de aantrekkelijkheid van de aanwezige goederen, de totale waarde en waar die goederen zijn opgeslagen.
Maar wat gebeurt er als die factoren per ruimte verschillen? Dat is precies waar we in de praktijk nogal eens verwarring over zien.
Eén gebouw, meerdere risicoklassen
Strikt genomen kunt u per ruimte een eigen risicoklasse bepalen. De VRKI werkt met een lijst van aantrekkelijke goederen – denk aan merkkleding, gereedschap, tabak, sieraden of elektronica.
Per goederensoort staat aangegeven of de aantrekkelijkheid laag, middel, hoog of zeer hoog is. Combineer dat met de waarde en de opslaglocatie, en u krijgt een klasse. Als u in uw pand een aparte, afgesloten ruimte heeft waar uitsluitend laagwaardige kantoorartikelen liggen, dan kan die ruimte een lagere klasse krijgen dan de showroom waar dure producten staan uitgestald. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk hanteren verzekeraars vaak de hoogste risicoklasse voor het hele pand, tenzij u kunt aantonen dat de verschillende ruimtes voldoende zijn gescheiden.
Wat me opvalt is dat veel ondernemers denken dat een stevige deur tussen twee ruimtes al voldoende is. Maar de VRKI kijkt ook naar de beveiliging van de scheiding: is die deur voorzien van een goedgekeurd slot?
Is er sprake van een aparte alarmzone? Zonder die maatregelen beschouwt de verzekeraar het pand als één geheel, met de hoogste klasse als uitgangspunt.
Hoe bepaalt u de juiste indeling?
Het begint met een inventarisatie van alle ruimtes en de goederen die er liggen.
- Welke goederen zijn aanwezig en wat is hun aantrekkelijkheid volgens de VRKI-lijst?
- Wat is de geschatte waarde van die goederen?
- Is de ruimte fysiek afsluitbaar en zo ja, met welk beveiligingsniveau?
- Wordt de ruimte apart bewaakt door het alarmsysteem?
Maak een plattegrond en noteer per ruimte: Daarna kunt u per ruimte een risicoklasse bepalen. Let op: de VRKI kent klassen van 1 tot en met 4, waarbij klasse 4 de hoogste eisen stelt. Voor elke klasse zijn minimale beveiligingsmaatregelen voorgeschreven, zoals type detectie, sloten en eventueel alarmopvolging.
Eerlijk gezegd zien we dat bedrijven hulp bij de VRKI-intake vaak goed kunnen gebruiken. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat de VRKI-documentatie niet altijd even helder is over situaties met meerdere ruimtes.
Een verzekeraar kan bovendien eigen aanvullende eisen stellen. Het loont om die voordat u gaat investeren duidelijk te krijgen.
Praktische gevolgen voor uw installatie
Zodra u de risicoklassen per ruimte heeft vastgesteld, kunt u de beveiligingsinstallatie daarop afstemmen. Een magazijn met klasse 2 heeft bijvoorbeeld baat bij basis openstanddetectie op deuren en een alarmcentrale.
Een showroom met klasse 3 vraagt om ruimtedetectie (bewegingsmelders) en mogelijk seismische detectie op vitrines. Bij meerdere klassen in één gebouw is het slim om het alarmsysteem in zones op te delen. Zo kunt u per zone het juiste beveiligingsniveau instellen.
Dat heeft ook voordelen voor het dagelijks gebruik: medewerkers kunnen bijvoorbeeld de showroom betreden zonder dat het hele pand onscherp gaat.
Wij adviseren om bij de aanleg van een nieuw systeem direct rekening te houden met de indeling van het pand. Een goede basis voorkomt dat u later moet bijplaatsen of aanpassen, wat vaak duurder is. Ook voor het periodiek onderhoud is het handig als de installatie logisch is opgedeeld – dan blijft de rapportage overzichtelijk en kunt u bij een controle snel aantonen dat elke ruimte aan de eisen voldoet.
Brandveiligheid en VRKI: twee aparte werelden
Hoewel dit artikel over VRKI gaat, is het goed om te weten dat brandveiligheid een eigen set regels heeft.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan brandmeldinstallaties en ontruimingsalarmen, los van de inbraakbeveiliging. Die twee systemen kunnen wel overlap hebben – bijvoorbeeld bij een gecombineerde brand- en inbraakcentrale – maar de normen verschillen.
Waar VRKI vooral door de verzekeraar wordt opgelegd, is het Bbl een wettelijke verplichting. Zorg dus dat u beide trajecten apart beoordeelt en begrijpt wat attractieve goederen in de VRKI betekenen voor uw beveiligingsplan.
Wat als u twijfelt?
Het bepalen van de juiste VRKI-klasse per ruimte is maatwerk. Er bestaat geen vaste formule die voor elk pand opgaat.
De verzekeraar heeft het laatste woord, maar u kunt zelf veel invloed uitoefenen door een goede onderbouwing aan te leveren. Een duidelijke plattegrond, een overzicht van de beveiligingsmaatregelen per zone en een logboek van onderhoud helpen daarbij. Als u hierover vragen heeft of meer wilt weten over de VRKI en bouwkundige beveiliging, of een bestaande installatie wilt laten beoordelen op VRKI-geschiktheid, dan kijken we graag met u mee. Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Veelgestelde vragen
Wat is de VRKI en waarom is het belangrijk voor verzekeraars?
Bij RH Beveiligingstechniek zien we dat verzekeraars de VRKI (Verbeterde Risicoklasse-indeling) gebruiken om het inbraakrisico van een pand te beoordelen. Dit instrument kijkt naar de waarde van de aanwezige goederen, hun aantrekkelijkheid volgens de VRKI-lijst en de fysieke beveiliging van de ruimtes.
Wat houdt beveiligingsniveau EL2 precies in en welke eisen worden er gesteld?
Door deze factoren te analyseren, kunnen we samen met u de juiste risicoklasse bepalen en de benodigde beveiligingsmaatregelen aanbevelen.
Wat is het verschil tussen een BORG Klasse 1 certificaat en welke voordelen biedt het?
Beveiligingsniveau EL2 duidt op een alarmsysteem dat voldoet aan de eisen voor een gemiddeld tot verhoogd risico. Dit betekent dat uw pand is uitgerust met bijvoorbeeld ruimte detectie en openstand detectie. Bij RH Beveiligingstechniek zorgen we ervoor dat uw systeem voldoet aan deze eisen, inclusief de juiste configuratie en installatie van de benodigde componenten.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen in de VRKI 2.0 versie 2026 en hoe beïnvloeden deze mijn pand?
Een BORG Klasse 1 certificaat is een keurmerk van de Stichting Kwaliteit Beveiliging (SKB) dat aantoont dat een beveiligingsbedrijf voldoet aan de hoogste eisen op het gebied van inbraakbeveiliging. Dit geeft u de zekerheid dat uw inbraakbeveiligingsinstallatie professioneel is geïnstalleerd en onderhouden door een erkend bedrijf, zoals RH Beveiligingstechniek.
De VRKI 2.0 versie 2026 heeft aanpassingen aangebracht in de waardering van goederen en inventaris, waardoor de risicoklasse-indeling nauwkeuriger is. Daarnaast is de verificatie van prestaties bij bepaalde niveaus niet langer vereist. Bij RH Beveiligingstechniek blijven we u adviseren over de meest recente richtlijnen en helpen we u bij het aanpassen van uw beveiligingsplan. Om de juiste indeling te bepalen, begint u met een gedetailleerde inventarisatie van alle ruimtes en de aanwezige goederen.
Hoe bepaal ik de juiste indeling van risicoklassen binnen mijn pand?
Analyseer de aantrekkelijkheid van de goederen volgens de VRKI-lijst, schat de waarde en beoordeel de fysieke afsluitbaarheid en beveiligingsniveau van de ruimtes.
Door deze stappen te volgen, kunt u per ruimte een passende risicoklasse bepalen, waarbij we bij RH Beveiligingstechniek u graag ondersteunen.