Een magazijn met stellingen tot zes, acht of tien meter hoog. Het ziet er efficiënt uit, maar voor brandveiligheid betekent het een heel ander speelveld dan een gewone loods of kantoorruimte.
▶Inhoudsopgave
Rook verspreidt zich anders, vluchtroutes liggen anders, en een standaard plafondmelder doet vaak niet wat u ervan verwacht. Wij komen dat in de praktijk regelmatig tegen.
Waarom hoge stellingen de boel ingewikkelder maken
Hoge stellingen vormen obstakels voor zowel rook als warmte. Een brand die laag bij de grond begint, wordt door de stellingen als het ware geleid. Rook stijgt op, maar kan zich ophopen onder een stellingsplateau of horizontaal verspreiden voordat hij het plafond bereikt.
Daardoor reageert een standaard puntsmelder aan het plafond te laat. En te laat betekent: meer schade, meer risico voor mensen, en vaak een grotere kans dat de brand overslaat naar naastgelegen stellingen.
Daarnaast is de bereikbaarheid voor hulpdiensten een punt. Brandweerlieden moeten tussen stellingen door kunnen, en dat vraagt om voldoende loopafstanden en vrije ruimtes. Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) stelt eisen aan de indeling van het gebouw, maar de invulling daarvan hangt sterk af van de gebruiksfunctie, de bezetting en de oppervlakte. Geen standaardoplossing dus.
Detectie: niet zomaar een melder ophangen
In een magazijn met hoge stellingen werkt een gewone rookmelder aan het plafond vaak onvoldoende. De rook bereikt dat plafond pas nadat hij zich onder de stellingen heeft verspreid, en dan bent u al kostbare minuten kwijt.
Lijnmelders en aspiratiesystemen
Daarom adviseren wij in zulke situaties vaak een combinatie van detectietechnieken. Een lijnmelder (een infraroodstraal over de lengte van de ruimte) kan rook detecteren nog voordat hij het plafond bereikt. Die wordt vaak boven de stellingen of op halve hoogte gemonteerd.
Aspiratiesystemen (actieve rookafzuiging met een centraal detectiepunt) zijn nog gevoeliger: ze zuigen continu lucht aan via leidingen die u op strategische plekken in de stellingen kunt aanbrengen.
Zo detecteert u een beginnende brand op plekken waar een gewone melder nooit komt. Wat ons opvalt is dat veel beheerders denken dat één type melder voldoet, zolang het maar een goedgekeurd systeem is. Maar de norm NEN 2535 (voor brandmeldinstallaties) schrijft voor dat de detectie moet passen bij de ruimte en de aanwezige obstakels. Een installateur die alleen een standaardproject uittekent zonder ter plekke te kijken, mist die nuance. Wij lopen altijd eerst de stellingen in, met een plattegrond en een lasermeter.
Ontruiming: hoorbaar en zichtbaar, ook tussen de stellingen
Een ontruimingsalarm in een magazijn is niet hetzelfde als in een kantoor. Mensen lopen tussen stellingen, vaak met een heftruck of palletwagen.
Ze horen een alarm mogelijk niet als er veel lawaai is, of ze zien geen vluchtweg omdat het zicht wordt belemmerd.
Daarom combineren we bij hoge stellingen vaak akoestische signalen met optische signalen (flitsers) op strategische punten. De NEN 2575 geeft richtlijnen voor het aantal en de plaatsing van signaalgevers, maar ook hier geldt: reken het na voor uw specifieke situatie. Daarnaast is het belangrijk dat de ontruimingsinstallatie gekoppeld is aan de brandmeldinstallatie.
Als er een brand wordt gedetecteerd, moet het alarm automatisch inschakelen. Handmatige melding via een drukknop is ook nodig, maar in een groot magazijn kan het te lang duren voordat iemand die knop vindt. Automatisering is geen luxe, het is een vereiste volgens het Bbl voor veel gebruiksfuncties.
Toegangscontrole en hulpdiensten
Een magazijn met hoge stellingen heeft vaak meerdere toegangen, laaddeuren en nooduitgangen. Voor de brandweer is het essentieel dat ze snel bij de brandhaard kunnen komen.
Dat betekent dat toegangscontrolesystemen (bijvoorbeeld met paslezers of sloten) bij brand moeten worden vrijgeschakeld. Wij koppelen die systemen dan ook aan de brandmeldinstallatie: bij een alarmsituatie vallen alle elektrische sloten uit, zodat deuren open kunnen. Ook plaatsen we vaak een brandweerpaneel bij de hoofdingang, waar de centrale en de verdeling van de stellingen in één oogopslag te zien zijn.
Eerlijk gezegd, we zien nog te vaak dat toegangscontrole en brandveiligheid apart worden aanbesteed.
De ene partij plaatst de sloten, de andere de brandmeldinstallatie, en niemand controleert of ze samenwerken. Dat levert bij een echte brand vertraging op. Wij adviseren om die systemen in één ontwerp te laten beoordelen, of in elk geval de koppeling te testen tijdens de oplevering.
Onderhoud en aantoonbaarheid
Een brandmeldinstallatie moet periodiek worden onderhouden volgens de richtlijnen van de fabrikant en de NEN 2654 (voor beheer van brandveiligheidssystemen). In een magazijn met hoge stellingen, waar u wellicht ook kiest voor beveiliging van uw kostbare voorraad, komt daar nog bij dat stellingen worden verplaatst, goederen worden opgeslagen en de indeling verandert.
Een melder die eerst goed zat, kan na een herinrichting ineens worden geblokkeerd door een pallet.
Daarom is het belangrijk om bij elk onderhoudsbezoek ook de actuele situatie te controleren en het logboek bij te werken. Wij gebruiken digitale rapportage, zodat u altijd kunt terugzien wat er is gecontroleerd en of er afwijkingen zijn geconstateerd. Dat is niet alleen handig voor uzelf, maar ook voor de verzekeraar of het bevoegd gezag.
Als er een brand is geweest, willen zij zien dat de installatie correct is onderhouden. Zonder aantoonbaar onderhoud kunt u in een lastige positie komen.
Praktisch: waar begint u?
Als u een magazijn met hoge stellingen beheert of gebruikt, is het verstandig om eerst een inventarisatie te doen van de huidige situatie. Welke detectie hangt er en hoe is de beveiliging van uw magazijn geregeld? Hoe is de ontruiming geregeld?
Werkt de toegangscontrole samen met de brandmeldinstallatie? Laat dat beoordelen door iemand die dagelijks met deze systemen werkt, niet alleen door een adviseur die een rapport schrijft zonder de stellingen in te lopen.
Wij komen regelmatig in magazijnen waar de basis goed is, maar de detaillering ontbreekt. Een extra lijnmelder op de juiste plek, een flitser bij een dode hoek, of een simpele koppeling tussen de toegangsdeur en de centrale kan het verschil maken. Lees hier meer over de aandachtspunten bij de beveiliging van een nieuw magazijn.
Het gaat niet om dure systemen, het gaat om de juiste toepassing. Heeft u vragen over uw eigen situatie? Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag mee, zonder verplichtingen.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de specifieke uitdagingen bij het branddetectie in een magazijn met hoge stellingen?
Bij magazijnen met hoge stellingen is branddetectie complexer dan in een standaard loods. Rook kan zich ophopen onder de stellingen en horizontaal verspreiden voordat het plafond bereikt, waardoor standaard plafondmelders te laat reageren.
Hoe beïnvloedt het Bbl de indeling van een magazijn met hoge stellingen?
Wij adviseren daarom vaak een combinatie van technieken, zoals lijnmelders boven de stellingen of aspiratiesystemen in de leidingen, om een vroegtijdige detectie te waarborgen. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de indeling van het gebouw, afhankelijk van de gebruiksfunctie, de bezetting en de oppervlakte. Wij analyseren de specifieke situatie van uw magazijn, inclusief de hoogte van de stellingen en de beschikbare loopafstanden, om te zorgen voor een correcte en conforme indeling die voldoet aan de Bbl-eisen.
Waarom is een standaard rookmelder in een magazijn met hoge stellingen vaak ontoereikend?
Een standaard rookmelder aan het plafond detecteert de rook pas nadat deze zich onder de stellingen heeft verspreid.
Welke detectietechnieken raden jullie aan voor een magazijn met hoge stellingen?
Dit betekent dat er al kostbare tijd verloren gaat voordat de brand wordt waarschuwing. Wij adviseren daarom een systeem dat rook detecteert voordat het plafond bereikt, zoals lijnmelders of aspiratiesystemen. Wij adviseren vaak een combinatie van detectietechnieken. Lijnmelders, die een infraroodstraal over de lengte van de ruimte gebruiken, zijn effectief in het detecteren van rook voordat het plafond bereikt.
Hoe zorgen we ervoor dat de brandmeldinstallatie voldoet aan de NEN 2535 norm?
Daarnaast zijn aspiratiesystemen, die continu lucht aan zuigen, zeer gevoelig en geschikt voor het opsporen van brand in de stellingen zelf. De NEN 2535 norm vereist dat de detectie is afgestemd op de specifieke ruimte en de aanwezige obstakels. Wij lopen altijd eerst de stellingen in, met een plattegrond en een lasermeter, om de situatie te beoordelen en een passende installatie te ontwerpen die voldoet aan de eisen van de norm.