Storingen, testen en opvolging

Wat doet u na een ongewenste brandmelding?

RH Beveiligingstechniek B.V. RH Beveiligingstechniek B.V.
· · 8 min leestijd

Een brandmelding die achteraf loos blijkt – het overkomt elk gebouw een keer. De installatie doet precies wat-ie moet doen: detecteren en alarmeren.

Inhoudsopgave
  1. Eerst de situatie onder controle
  2. Registratie is geen administratieve last
  3. Voorkomen is beter dan resetten
  4. Onderhoud en periodieke controle
  5. Wat kunt u zelf doen?
  6. Tot slot
  7. Veelgestelde vragen

Maar als er geen brand is, staat u met een ontruimd pand, geïrriteerde gebruikers en de vraag: hoe nu verder?

Wat me opvalt is dat veel organisaties vooral bezig zijn met het stiller krijgen van de centrale, en pas later nadenken over de oorzaak. Terwijl juist die eerste tien minuten bepalen of u de volgende melding voorkomt.

Eerst de situatie onder controle

Zodra de melding binnenkomt, is het zaak rustig te blijven en volgens een vaste procedure te werken.

  • Stel vast of er werkelijk sprake is van brand. Laat iemand ter plaatse kijken, bij voorkeur iemand met een portofoon of telefoon die contact houdt met de centrale.
  • Als het loos alarm is: reset de installatie niet zomaar. Noteer eerst welke melder in alarm stond, op welk tijdstip en wat de vermoedelijke oorzaak is.
  • Pas daarna kunt u de centrale in overleg met de beheerder of installateur resetten. Bij sommige systemen moet u eerst een oorzaak herstellen voordat resetten mogelijk is.

Bij een ongewenste melding – denk aan stof, waterdamp, een kapotte melder of menselijk handelen – doorloopt u idealiter deze stappen: Eerlijk gezegd zien we in de praktijk dat dit logboek vaak ontbreekt. Terwijl het achteraf – bij een controle van de brandweer of verzekeraar – het verschil maakt tussen een incident en een verwijtbaar gebrek.

Registratie is geen administratieve last

Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) stelt eisen aan het aantoonbaar functioneren van brandmeldinstallaties.

Dat betekent niet alleen dat de installatie er hangt, maar ook dat u kunt laten zien dat storingen en ongewenste meldingen zijn opgevolgd. Een digitaal logboek of een vast format in uw beheersysteem volstaat. Noteer in ieder geval:

  • Datum en tijd van de melding
  • Welke melder of zone in alarm ging
  • Oorzaak (stof, waterdamp, defect, menselijke fout)
  • Genomen maatregelen (reset, onderhoud, vervanging)
  • Naam van de persoon die de melding afhandelde

Dat klinkt misschien als papierwerk, maar het voorkomt discussie achteraf. Zeker als de brandweer of verzekeraar vraagt waarom u voor de afhandeling van een loos alarm drie keer de installatie moest overbruggen.

Voorkomen is beter dan resetten

Een enkele ongewenste melding kan gebeuren. Maar als het vaker voorkomt, is er structureel iets mis.

  • Verkeerde plaatsing van melders – bijvoorbeeld een rookmelder te dicht bij een keuken of boilerruimte.
  • Vervuiling van melders door stof of insecten – vooral in magazijnen of werkplaatsen.
  • Verouderde detectie die gevoeliger is geworden of juist niet meer goed reageert.
  • Onvoldoende afstemming tussen installatie en gebruik – denk aan een bouwstofvrijmaker die tijdens verbouwing niet wordt afgeschermd.

Oorzaken kunnen liggen in: Wat wij vaak tegenkomen is dat een gebouwbeheerder de melder simpelweg uitschakelt of de gevoeligheid verlaagt. Dat is geen oplossing.

U schakelt dan een deel van uw brandveiligheid uit, terwijl u eigenlijk de oorzaak moet aanpakken. Een goede installateur kan met een meetrapport of analyse precies aangeven waar het misgaat.

Onderhoud en periodieke controle

Volgens NEN 2654 (voor inbraakdetectie) en NEN 2535/NEN 2575 (voor brandmeld- en ontruimingsinstallaties) is periodiek onderhoud verplicht.

Tijdens die onderhoudsbeurt worden melders getest, vervuild materiaal gereinigd en instellingen gecontroleerd. Dat vermindert het aantal ongewenste meldingen aanzienlijk. Daarnaast is het verstandig om na elke ongewenste melding – zeker als die herhaaldelijk optreedt – te weten wat u doet bij een storing in uw brandmeldcentrale.

Die kan ter plaatse meten of de melder nog binnen de norm valt, of dat vervanging nodig is. Ik merk dat installateurs soms terughoudend zijn om een melder te vervangen, omdat het geld kost. Maar een paar ongewenste meldingen per jaar kosten meer: denk aan productieverlies, geëvacueerde medewerkers en boetes van de brandweer of verzekeraar.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt het aantal ongewenste meldingen beperken door:

  • Bij verbouwingen of schoonmaakwerkzaamheden de melders tijdelijk af te schermen (met toestemming van de beheerder).
  • Medewerkers te instrueren dat ze niet zomaar een melder mogen indrukken of afdekken.
  • Een vast aanspreekpunt aan te wijzen voor storingen en meldingen, zodat er één lijn zit in de opvolging.
  • Te zorgen dat het logboek up-to-date is en dat de onderhoudsrapporten worden bewaard.

Het klinkt simpel, maar in de praktijk zien we dat juist deze basisstappen het verschil maken tussen een beheersbare situatie en een terugkerend probleem.

Tot slot

Een ongewenste brandmelding is vervelend, maar niet het einde van de wereld; zeker niet als u weet hoe u een overbrugging bij brandmelding inzet.

Als u de melding serieus neemt, registreert wat er gebeurt en de oorzaak aanpakt, blijft uw installatie betrouwbaar. En dat is waar het om draait: een installatie die werkt wanneer het er echt toe doet.

Heeft u vragen over het afhandelen van meldingen, het bijwerken van uw logboek of het plannen van onderhoud? Neem dan gerust contact op. We denken graag mee, zonder druk of verkooppraatjes.

Veelgestelde vragen

Wat is de procedure bij een melding die achteraf loos blijkt?

Bij een melding die achteraf loos blijkt, is het cruciaal om rustig te blijven en volgens een vastgestelde procedure te handelen. Wij raden aan om direct ter plaatse te bepalen of er werkelijk sprake is van brand, en eventueel contact op te nemen met de centrale.

Waarom is het belangrijk om een logboek bij te houden van meldingen?

Na bevestiging dat het een loos alarm is, dient u de installatie niet zomaar te resetten, maar de melder, tijdstip en vermoedelijke oorzaak nauwkeurig te noteren.

Pas na deze analyse kunt u in overleg met de beheerder of installateur de centrale resetten. Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) vereist dat u kunt aantonen dat brandmeldinstallaties correct functioneren. Dit betekent dat u kunt aantonen dat storingen en ongewenste meldingen zijn afgehandeld.

Wat zijn de meest voorkomende oorzaken van ongewenste meldingen?

Wij adviseren een digitaal logboek of een vast format in uw beheersysteem, waarin u datum, tijd, melder, oorzaak, genomen maatregelen en de naam van de afhandelaar noteert. Dit voorkomt discussie achteraf, vooral bij controles door de brandweer of verzekeraar. Onze ervaring leert dat ongewenste meldingen vaak voortkomen uit structurele problemen. Denk aan verkeerde plaatsing van melders, vervuiling door stof of insecten, of de veroudering van detectieapparatuur.

Ook onvoldoende afstemming tussen de installatie en het gebruik van het gebouw kan leiden tot onnodige alarmen.

Wat zijn de gevolgen als de brandweer of verzekeraar een verwijtbaar gebrek vaststelt?

Wij adviseren een grondige analyse om de onderliggende oorzaak te identificeren. Een verwijtbaar gebrek bij de afhandeling van een loos alarm kan leiden tot extra kosten en administratieve lasten.

Het is daarom essentieel om een gedetailleerd logboek bij te houden van alle stappen die zijn ondernomen. Wij adviseren om proactief te handelen en de oorzaak van de melding te onderzoeken, zodat u bewijs kunt leveren van een correcte afhandeling. Bij een ongewenste melding, zoals een stofalarm of een defecte melder, is het belangrijk om de installatie niet zomaar te resetten.

Wanneer is het noodzakelijk om de installatie te overbruggen?

Wij adviseren om eerst de oorzaak te onderzoeken en te herstellen. Pas als de oorzaak niet kan worden hersteld, is het nodig om de installatie te overbruggen, in overleg met de beheerder of installateur.

Het logboek dient dan de overbrugging te documenteren.


RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

✓ Geverifieerd auteur ✓ brandveiligheid en beveiligingstechniek voor bedrijven
RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

Meer over Storingen, testen en opvolging

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat doet u bij een storing in de brandmeldcentrale?
Lees verder →