Beheer en onderhoud BMI

Wat moet er in een brandmeldlogboek staan?

RH Beveiligingstechniek B.V. RH Beveiligingstechniek B.V.
· · 7 min leestijd

Een brandmeldinstallatie wordt vaak pas echt interessant als er een melding binnenkomt – of als de verzekeraar, de toezichthouder of de beheerder om het logboek vraagt. Dan blijkt dat het logboek niet alleen een administratieve verplichting is, maar het bewijs dat uw installatie in de afgelopen periode correct is beheerd, onderhouden en getest.

Inhoudsopgave
  1. Het logboek als ruggengraat van beheer
  2. Minimale inhoud: wat moet er in elk geval in?
  3. Digitaal of op papier – wat werkt beter?
  4. Wie doet wat?
  5. Veelgestelde vragen

Wat moet daarin staan? Dat hangt samen met de gebruiksfunctie van het gebouw, de aanwezigheid van een doormelding en wat er in het plan van eisen (PvE) is afgesproken.

Maar een aantal zaken komt in elke situatie terug.

Het logboek als ruggengraat van beheer

Volgens de NEN 2654-1 is een logboek verplicht voor elke brandmeldinstallatie die onder die norm valt. Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) stelt dat de eigenaar verantwoordelijk is voor het aantoonbaar in stand houden van de brandveiligheidsvoorzieningen. Het logboek is het middel om dat aan te tonen.

Niet alleen voor de jaarlijkse inspectie, maar ook tussentijds als er een storing is geweest, een aanpassing is gedaan of een ontruiming is getest.

Wat ons opvalt: in de praktijk zien we nogal eens logboeken die vooral bestaan uit onderhoudsfacturen en één los blaadje met testresultaten. Dat is onvoldoende. Een goed logboek geeft een compleet beeld van alle gebeurtenissen rond de installatie, van oplevering tot de laatste maandelijkse beheerscontrole.

Minimale inhoud: wat moet er in elk geval in?

Hieronder een overzicht van de onderdelen die we in ieder geval terugzien in een deugdelijk logboek.

Algemene gegevens

  • Type installatie: merk, type brandmeldcentrale, melders, doormelding (al dan niet via een alarmopvolgsysteem).
  • Opleveringsdatum en -rapport: inclusief eventuele afkeurpunten en hoe die zijn opgelost.
  • Certificaten en keurmerken: zoals het CPI-certificaat (waar van toepassing) of verklaringen van de fabrikant.

Beheer en controle

  • Maandelijkse beheerscontroles: datum, naam beheerder, uitgevoerde handelingen (visuele controle centrale, brandweerpaneel, doormelding, testen van een steekproef melders). Eventuele afwijkingen en herstelacties.
  • Logboek van storingen: elke storing meldt de centrale aan de beheerder. Noteer datum, oorzaak, wie is ingeschakeld, wanneer is verholpen.
  • Meldingen en alarmeringen: zowel echte brandmeldingen als loos alarm (oorzaak, genomen maatregelen, communicatie met brandweer of alarmcentrale).

Onderhoud en inspecties

  • Periodiek onderhoud: data van de onderhoudsbeurten, welke onderdelen zijn gecontroleerd, eventuele vervangingen. Volgens NEN 2654-1 is minimaal jaarlijks onderhoud door een gecertificeerd bedrijf verplicht. Afhankelijk van de installatie kan dat ook vaker (4-maandelijks of 8-maandelijks) zijn.
  • Jaarlijkse inspectie of keuring: rapportage van de inspectie-instelling, inclusief eventuele herstelpunten en een verklaring van goed functioneren.
  • Wijzigingen aan de installatie: als er melders worden bijgeplaatst, een centrale wordt uitgebreid of software-updates plaatsvinden, moet dat worden vastgelegd.

Ontruimings- en oefenverslagen

De exacte eisen kunnen per project verschillen – afhankelijk van het PvE, de gebruiksfunctie en afspraken met bevoegd gezag – maar deze basis komt in bijna elke installatie terug. Hoewel een ontruimingsinstallatie aparte eisen heeft (NEN 2575), hoort het testen van ontruimingssignalen vaak bij het beheer van de brandmeldinstallatie. Noteer data van oefeningen, resultaten, eventuele verbeterpunten.

Digitaal of op papier – wat werkt beter?

Eerlijk gezegd: wij werken zelf het liefst digitaal. Een goed digitaal logboek (bijvoorbeeld in een beheerplatform) geeft direct inzicht in openstaande storingen, geplande onderhoudsbeurten en historie.

Papieren logboeken raken kwijt of worden niet consequent bijgewerkt. Maar het Bbl en de NEN 2654-1 staan beide toe, zolang de informatie maar betrouwbaar, volledig en raadpleegbaar is. Is een ontruimingsalarminstallatie nodig voor uw bedrijf? Kies wat past bij uw organisatie – maar zorg dat het gebeurt.

Wie doet wat?

Het logboek wordt doorgaans bijgehouden door de beheerder van de installatie. Dat kan een medewerker van de gebruiker zijn, een externe beheerder of de onderhoudspartner.

De eigenaar blijft eindverantwoordelijk. In de praktijk splitsen we dat vaak: wij voeren het periodiek onderhoud uit, rapporteren in een digitaal logboek en sturen een overzicht naar de beheerder. Hoe houdt u beheer van brandmelding overzichtelijk? De beheerder vult dan de maandelijkse controles aan. Zo blijft het overzichtelijk en aantoonbaar.

Wat ons betreft is het logboek geen sluitpost, maar het document dat aantoont dat uw installatie doet waarvoor hij is bedoeld. En dat is bij een brandmeldinstallatie uiteindelijk het enige dat telt.

Heeft u vragen over de inrichting van uw logboek, of wilt u weten hoe wij ondersteuning kunnen bieden bij het beheer en onderhoud van uw brandmeldinstallatie?

Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken mee vanuit de praktijk.

Veelgestelde vragen

Is een brandmeldinstallatie verplicht?

Bij RH Beveiligingstechniek zien we dat een brandmeldinstallatie verplicht is in gebouwen met specifieke risico’s, zoals zorginstellingen of grotere accommodaties. Daarnaast is het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) duidelijk: de eigenaar is verantwoordelijk voor het in stand houden van de brandveiligheidsvoorzieningen. We adviseren om de specifieke eisen voor uw situatie te checken bij het bevoegd gezag.

Wat is de NEN 2535:2017 norm?

De NEN 2535:2017 norm biedt richtlijnen voor het ontwerp en de installatie van brandmeldsystemen.

Hoe vaak onderhoud u een brandmeldinstallatie?

Deze norm is gebaseerd op de NEN-EN 54-reeks en andere relevante normen. Wij zorgen ervoor dat onze installaties voldoen aan de hoogste eisen van deze norm, zodat u zeker bent van een betrouwbare bescherming.

Wie is verantwoordelijk voor de brandmeldinstallatie?

Volgens NEN 2654-1 is jaarlijks onderhoud verplicht voor brandmeldinstallaties. Naast het jaarlijkse onderhoud, is het belangrijk om maandelijks of periodiek (4- of 8-maandelijks) de installatie te beheren en te controleren. Dit omvat het uitvoeren van tests, het registreren van storingen en het uitvoeren van eventuele reparaties.

Bij RH Beveiligingstechniek bieden we complete beheerservices aan om aan deze eisen te voldoen.

Hoe vaak onderhoud u een brandmeldinstallatie?

Volgens het Bbl ligt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van brandveiligheidsinstallaties bij de eigenaar van het gebouw. Verhuurders hebben bijvoorbeeld een wettelijke plicht om BBMI-systemen in goede staat te houden. Wij helpen u graag om deze verantwoordelijkheid te vervullen door middel van professioneel beheer en onderhoud. Zoals eerder aangegeven, is jaarlijks onderhoud verplicht volgens NEN 2654-1.

Daarnaast is een proactief beheerprogramma, met maandelijks of periodiek (4- of 8-maandelijks) onderhoud, essentieel om de continuïteit en betrouwbaarheid van de installatie te waarborgen. Bij RH Beveiligingstechniek bieden we op maat gemaakte beheerservices aan, afgestemd op uw specifieke behoeften.


RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

✓ Geverifieerd auteur ✓ brandveiligheid en beveiligingstechniek voor bedrijven
RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

Meer over Beheer en onderhoud BMI

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat doet een beheerder brandmeldinstallatie elke maand?
Lees verder →