Ontruimingsalarminstallatie

Ontruiming bij brand: hoe werkt de alarmering?

RH Beveiligingstechniek B.V. RH Beveiligingstechniek B.V.
· · 8 min leestijd

Een brandmelding binnen – en dan? De meeste mensen denken aan een luid signaal en deuren die opengaan.

Inhoudsopgave
  1. Van detectie tot signaal: de keten in vogelvlucht
  2. De centrale: het brein van de ontruiming
  3. Soorten ontruimingsalarmen
  4. Voice-evacuatie: niet alleen lawaai, maar instructie
  5. Verzamelpunten en controle: de menselijke factor
  6. Periodiek onderhoud: niet alleen een vinkje
  7. Praktisch: waar begin u?
  8. Veelgestelde vragen

Maar achter die simpele handeling zit een systeem dat precies moet weten wat er aan de hand is, waar het gebeurt en hoe het gebouw reageert. Wij plaatsen en onderhouden dat soort installaties dagelijks. Wat mij opvalt is dat veel gebouweigenaren wel weten dát er een alarm moet komen, maar niet hoe het in de praktijk functioneert. Tijd om dat iets duidelijker te maken.

Van detectie tot signaal: de keten in vogelvlucht

Een ontruimingsalarm begint nooit zomaar. Eerst moet er een brand worden gedetecteerd – via een handmelder, rookmelder of een geautomatiseerd meldpunt van een brandmeldinstallatie.

Die detectie zet een reeks stappen in gang. De centrale ontvangt het signaal, verwerkt het en stuurt vervolgens de alarmgevers aan.

Dat kunnen sirenes, flitsers, luidsprekers of combinaties daarvan zijn. Wat me opvalt: veel gebruikers denken dat één type alarm volstaat. Maar in de praktijk hangt de keuze af van de gebruiksfunctie.

In een winkel met veel publiek werk u anders dan in een kantoor met vaste medewerkers of in een zorginstelling waar mensen worden ondersteund bij evacuatie. Het verschil zit ’m in het type signaal, de tijdsvertraging en de manier van alarmeren.

De centrale: het brein van de ontruiming

De brandmeldcentrale is het hart. Die verzamelt alle detectiesignalen, toont waar de melding vandaan komt en bepaalt of er direct een ontruimingsalarm volgt of eerst een intern alarm voor de BHV’ers.

Dat laatste zien we vaak in grotere gebouwen: eerst wordt een team gealarmeerd dat de situatie beoordeelt, pas daarna klinkt het algemene ontruimingssignaal. De centrale communiceert ook met andere systemen.

Denk aan toegangsdeuren die worden vrijgegeven, rookkleppen die sluiten, of liftgroepen die niet meer stoppen op de verdieping waar het brandt. Al die koppelingen moeten vooraf goed zijn ingesteld, anders krijg u bijvoorbeeld deuren die op slot blijven omdat de sturing verkeerd staat. Eerlijk gezegd kom ik dat nog vaak tegen bij bestaande installaties.

Soorten ontruimingsalarmen

Niet elk alarm klinkt hetzelfde. De normen (NEN 2575 voor ontruimingsalarminstallaties en NEN 2535 voor brandmeldinstallaties) schrijven voor welk signaal bij welke situatie hoort.

Interne alarmering

Grofweg zijn er twee varianten: Dit is een stil alarm of een signaal dat alleen hoorbaar is voor BHV’ers en beheerders.

Algemene ontruimingsalarmering

Doel: de situatie verkennen zonder paniek te veroorzaken bij bezoekers of medewerkers. Vaak werkt dit via piepers, een aparte toon op de centrale of een stil alarmsignaal in specifieke ruimtes. Hierbij klinkt een herkenbaar signaal in het hele gebouw – meestal een onderbroken toon of een gesproken boodschap via een voice-evacuatiesysteem.

In gebouwen met veel publiek (winkels, theaters, stations) is gesproken alarmering vaak verplicht, omdat een toon alleen niet genoeg informatie geeft. Mensen moeten weten of ze moeten evacueren of juist binnenblijven.

Voice-evacuatie: niet alleen lawaai, maar instructie

Een voice-evacuatiesysteem werkt als een geïntegreerde luidsprekerinstallatie die vooraf opgenomen of live omroepberichten afspeelt. De boodschap moet helder zijn, in de juiste taal en vrij van ruis. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk zie ik nog wel installaties waar de luidsprekers verkeerd zijn geplaatst, zodat boodschappen onverstaanbaar zijn in een hoek van de ruimte.

De norm NEN 2575 geeft duidelijke eisen voor het aantal luidsprekers, het vermogen en de verstaanbaarheid.

Wij meten dat altijd na bij oplevering. Wat me trouwens opvalt: steeds vaker worden ontruimingsalarmeringen gekoppeld aan digitale meldkamers of cloudplatforms.

Niet alleen voor monitoring, maar ook voor het aansturen van het alarm op afstand. Handig voor gebouwen zonder vaste beheerder, maar het vereist wel een betrouwbare internetverbinding en een back-up.

Verzamelpunten en controle: de menselijke factor

Het alarm is één ding, maar een ontruiming is pas compleet als iedereen op het verzamelpunt staat. Wie dat controleert? Dat zijn de BHV’ers.

Zij moeten weten wie er in het gebouw aanwezig is en of er vermisten zijn.

In de Arbowet en het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) staat dat de beheerder verantwoordelijk is voor een ontruimingsplan, mits er een brandmeldinstallatie aanwezig is. Maar let op: dat plan moet ook vooraf worden geoefend. Een goed alarm werkt alleen als mensen weten wat ze moeten doen.

In bedrijfsverzamelgebouwen wordt het complexer. Elke huurder is zelf verantwoordelijk voor de BHV, maar de alarmering en de vluchtwegen zijn vaak gemeenschappelijk. Dan moet de eigenaar of locatiemanager afspraken maken over wie het ontruimingsalarm bedient, wie de BHV coördineert en hoe de communicatie loopt. Zonder die afspraken ontstaat er chaos precies op het moment dat u rust nodig hebt.

Periodiek onderhoud: niet alleen een vinkje

Een ontruimingsalarminstallatie moet periodiek worden getest en onderhouden. Dat staat in het Bbl en in de normen.

Maar het is niet alleen een kwestie van een vinkje zetten. Tijdens onderhoud controleren we of alle alarmgevers nog werken, of de centrales correct reageren op testsignalen en of de koppelingen met andere systemen intact zijn.

We documenteren alles in een logboek. Dat logboek is essentieel bij een controle door de brandweer of verzekeraar. Als het allemaal klopt, voorkom u discussie achteraf.

Wat ik zelf belangrijk vind: een onderhoudsrapport moet niet alleen zeggen ‘goedgekeurd’, maar ook aangeven wat er eventueel afwijkt. Dan kun u tijdig bijsturen, voordat het een probleem wordt in een noodsituatie.

Praktisch: waar begin u?

Als u een bestaand gebouw beheert of een nieuw pand betrekt, is het slim om eerst het ontruimingsplan en de alarminstallatie tegen het licht te houden. Vraag na of de installatie past bij de huidige gebruiksfunctie, de bezetting en de bouwkundige situatie. Verplichtingen hangen af van zaken als oppervlakte, aantal verblijfsruimten en de aanwezigheid van publiek – het Bbl geeft daar kaders voor, maar het bevoegd gezag (de gemeente of de omgevingsdienst) beoordeelt uiteindelijk of het voldoet.

Zoekt u uit of u voor stil alarm bij ontruiming kiest?

Wij adviseren altijd om een voorafgaande analyse te doen en niet af te gaan op verouderde aannames. Voor wie vragen heeft over het koppelen van een ontruimingsalarm aan de brandmelding, het opstellen van een plan of het onderhoud van de installatie: we denken graag mee vanuit de praktijk. Een belletje of mailtje kan al veel helderheid geven.

Veelgestelde vragen

Wie is er verantwoordelijk voor een ontruimingsplan?

Bij een gebouw met een brandmeldinstallatie is de beheerder van het gebouw verantwoordelijk voor het opstellen en onderhouden van een ontruimingsplan, zoals beschreven in het Bbl. Wij adviseren om dit plan regelmatig te laten controleren en aan te passen aan de specifieke situatie van het gebouw.

Wie controleert bij een ontruiming of iedereen op het verzamelpunt aanwezig is?

Direct na de evacuatie is het verantwoordelijk van de BHV-teams om te controleren of alle medewerkers en bezoekers zich op de aangewezen verzamelpunten hebben verzameld. Zij rapporteren eventuele vermissingen direct aan de hulpdiensten, zodat een complete overzicht van de situatie kan worden opgebouwd. De leiding bij een ontruiming wordt in de praktijk vaak uitgeoefend door de BHV-coördinator, in overleg met de beheerder van het gebouw.

Wie heeft de algehele leiding bij een ontruiming?

Zij coördineren de evacuatie, zorgen voor de veiligheid van de personen en communiceren met de hulpdiensten.

Wat is een wettelijke verplichting bij een ontruiming?

Wij adviseren om een duidelijke rolverdeling vast te leggen in het ontruimingsplan. Een wettelijke verplichting bij een ontruiming is het zorgvuldig uitvoeren van de evacuatie, rekening houdend met de veiligheid van alle personen. Dit omvat het gebruik van de juiste signalering, het begeleiden van personen naar de verzamelpunten en het melden van eventuele incidenten.

Wij adviseren om te voldoen aan de eisen van de NEN-normen. Naast de algemene verplichting tot veiligheid, is het wettelijk verplicht om een brandmeldinstallatie en een ontruimingsplan te hebben, conform het Bbl.

Wat is wettelijk verplicht bij een ontruiming?

Daarnaast moeten de installaties regelmatig worden onderhouden en gecontroleerd, en de medewerkers op de hoogte zijn van de procedures.

Wij kunnen u helpen bij het voldoen aan deze wettelijke eisen.


RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

✓ Geverifieerd auteur ✓ brandveiligheid en beveiligingstechniek voor bedrijven
RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

Meer over Ontruimingsalarminstallatie

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wanneer heeft uw bedrijf een ontruimingsalarminstallatie nodig?
Lees verder →