Ontruimingsalarminstallatie

Ontruimingsalarm voor doven en slechthorenden: wat kan er?

RH Beveiligingstechniek B.V. RH Beveiligingstechniek B.V.
· · 8 min leestijd

Een standaard ontruimingsalarm werkt met geluid. Sirenes, toeters, of een ingesproken boodschap via een luidsprekerinstallatie.

Inhoudsopgave
  1. Wat zegt de regelgeving?
  2. Praktische oplossingen voor signalering
  3. Niet alleen techniek, ook beheer
  4. Afstemming met gebruiker en beheerder
  5. Praktijkvoorbeeld
  6. Tot slot
  7. Veelgestelde vragen

Dat is effectief, maar alleen voor mensen die het kunnen horen. Voor bezoekers of medewerkers met een gehoorbeperking schiet dat tekort. En dat is niet alleen onhandig — het kan in een noodsituatie gevaarlijk zijn. Wat me opvalt is dat hier in de praktijk nog vaak over wordt nagedacht alsof het een extraatje is.

Maar het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) stelt eisen aan een doeltreffende ontruiming voor alle aanwezigen. Dat betekent: ook voor mensen die niet of slecht horen. Het is geen optionele upgrade, maar een verplicht onderdeel van een complete ontruimingsinstallatie.

Wat zegt de regelgeving?

Het Bbl schrijft voor dat een gebouw zodanig moet zijn ingericht dat bij brand een veilige ontvluchting mogelijk is voor alle gebruikers. Dat geldt voor elk type gebouw met een publieke functie of een werkplek.

Denk aan kantoren, zorginstellingen, scholen, winkels, horeca en VvE's met gemeenschappelijke ruimtes.

Hoe dat er precies uitziet, hangt af van de gebruiksfunctie, de grootte van het gebouw, de bezetting en het programma van eisen (PvE). Er is geen vaste drempel. Het bevoegd gezag beoordeelt per situatie of de voorzieningen toereikend zijn.

Wat wél helder is: als u een ontruimingsinstallatie plaatst, moet die geschikt zijn voor alle aanwezigen. Anders voldoet u niet aan de zorgplicht.

Praktische oplossingen voor signalering

Er zijn verschillende manieren om een ontruimingsalarm ook voor doven en slechthorenden waarneembaar te maken. We zetten de meest gebruikte op een rij.

Visuele signalering met knipperlichten

Dit is de bekendste oplossing. Rode of witte knipperlichten worden op strategische plekken geplaatst: in ruimtes waar gewerkt wordt, in gangen, bij verzamelplaatsen en in sanitaire ruimtes.

De lampen worden aangestuurd door de brandmeldcentrale of het ontruimingspaneel. Ze knipperen synchroon met het geluidsalarm. Belangrijk detail: de lichtsterkte en plaatsing moeten voldoen aan NEN 2575, zodat ze niet over het hoofd worden gezien.

Trilsignalen en persoonlijke ontvangers

In sommige situaties is een vast knipperlicht niet genoeg. Bijvoorbeeld in een groot magazijn, een lawaaiige werkplaats of voor iemand die veel onderweg is in het gebouw. Dan werken persoonlijke ontvangers beter. Die geven een trilsignaal af op een polsbandje of in een zak.

Ze worden draadloos gekoppeld aan het alarmsysteem. Dit vraagt om een goede beheerstructuur: wie draagt zo'n ontvanger, wie controleert de batterij, en wat gebeurt er bij storing?

Combinatie met het bestaande systeem

Een veelgemaakte fout is dat visuele signalering los wordt geïnstalleerd, zonder koppeling aan de bestaande brandmeld- of ontruimingsinstallatie. Dan werkt het niet bij een echte melding.

Wij zien in de praktijk dat een goede integratie essentieel is. De knipperlichten of trilsignalen moeten worden aangestuurd door dezelfde centrale die ook de sirenes aanstuurt. Dat klinkt logisch, maar het wordt nog te vaak over het hoofd gezien bij oplevering of aanpassing van een pand.

Niet alleen techniek, ook beheer

Een installatie plaatsen is één ding. Dat die blijft werken, is een tweede.

Periodiek onderhoud is verplicht volgens de geldende normen (NEN 2654 voor brandmeldinstallaties, NEN 2575 voor ontruimingsinstallaties).

Daarbij hoort ook het testen van de visuele signalering. Werken alle lampen? Zijn de persoonlijke ontvangers opgeladen? Staat het logboek op orde?

Eerlijk gezegd zien we dat dit onderdeel er in de praktijk nogal eens bij inschiet. Omdat het 'maar een lampje' is, of omdat de beheerder niet weet dat ook deze componenten getest moeten worden. Maar bij een controle door de brandweer of verzekeraar moet u kunnen aantonen dat alles functioneert. Een goed bijgehouden logboek en duidelijke rapportage helpen daarbij.

Afstemming met gebruiker en beheerder

Wat ons betreft is dit het belangrijkste punt. Een ontruimingsalarm in een kantoor werkt alleen als het past bij hoe het gebouw wordt gebruikt. Wie werkt er?

Zijn er vaste medewerkers met een beperking, of gaat het om wisselend publiek? Wordt er in ploegendiensten gewerkt? Is er een BHV-organisatie die weet hoe te handelen bij een ontruiming? Die vragen moeten worden beantwoord voordat u een systeem kiest.

Een standaard knipperlicht in elke ruimte is niet altijd de beste oplossing. Soms is een combinatie van vaste signalering en persoonlijke ontvangers effectiever. En soms is een doordachte BHV-procedure, waarbij collega's elkaar waarschuwen, een goede aanvulling op de techniek.

Praktijkvoorbeeld

Stel: een kantoorpand met 80 medewerkers, waarvan twee slechthorend. De ontruimingsinstallatie werkt met luidsprekers en een ingesproken boodschap. Voor de twee medewerkers worden knipperlichten geplaatst in hun werkruimtes, het toilet en de gang.

De BHV-ploeg krijgt instructie om bij een ontruiming te controleren of zij de ruimte verlaten.

Het systeem wordt maandelijks getest, de knipperlichten worden meegenomen in het onderhoudsschema. Dit is een werkbare, praktische oplossing die voldoet aan de eisen.

Het alternatief: geen signalering, en hopen dat iemand het hoort of ziet dat anderen weggaan. Dat is geen plan. En bij een calamiteit is het te laat om het alsnog te regelen.

Tot slot

Een ontruimingsalarm voor doven en slechthorenden is geen bijzaak. Het hoort bij een complete, verantwoorde brandveiligheidsinstallatie, zeker als u zich afvraagt hoe een ontruimingssignaal in het gebouw klinkt.

Of u nu een nieuw systeem laat ontwerpen of een bestaande installatie wilt uitbreiden: neem het mee in het programma van eisen en stem af met een specialist die de normen en de praktijk kent. Heeft u vragen over de mogelijkheden voor uw gebouw?

Neem dan contact met ons op. We denken graag mee, zonder verplichtingen.

Veelgestelde vragen

Wat houdt een doeltreffende ontruiming precies in volgens het Bbl?

Bij RH Beveiligingstechniek begrijpen we dat het Bbl vereist dat alle aanwezigen, ongeacht hun gehoor, veilig kunnen ontruimen.

Welke signaleringsmethoden worden gebruikt om ontruimingsalarms toegankelijk te maken voor doven en slechthorenden?

Dit betekent dat we, als installateur, ervoor moeten zorgen dat de ontruimingsinstallatie zo is ontworpen en geïnstalleerd dat deze ook voor mensen met een gehoorbeperking effectief is. We focussen op een combinatie van signalering, zoals knipperlichten en trilsignalen, om een veilige evacuatie te waarborgen.

Hoe bepaalt het bevoegd gezag of een ontruimingsinstallatie toereikend is?

We bieden verschillende opties om ontruimingsalarms toegankelijk te maken. De meest voorkomende is het gebruik van rood of wit knipperlichten op strategische locaties, zoals gangen en verzamelpunten. Daarnaast bieden we persoonlijke ontvangers die een trilsignaal afgeven op een polsbandje, wat een effectieve manier is om waarschuwingen te signaleren voor mensen die niet of slecht horen. Het is cruciaal dat deze systemen geïntegreerd zijn met de bestaande brandmeldcentrale.

Het bevoegd gezag beoordeelt de toereikendheid van een ontruimingsinstallatie op basis van de specifieke situatie van het gebouw, inclusief de gebruiksfunctie, de grootte, de bezetting en het programma van eisen (PvE).

Wat is het belang van een koppeling tussen visuele signalering en de bestaande brandmeldinstallatie?

Bij RH Beveiligingstechniek helpen we u graag bij het opstellen van een gedetailleerd PvE, zodat u zeker weet dat de installatie voldoet aan de eisen van het bevoegd gezag en de Bbl. Een cruciale fout is het installeren van visuele signalering los van de bestaande brandmeld- of ontruimingsinstallatie. Zonder deze koppeling werken de signalen niet synchronisch, wat kan leiden tot verwarring en een minder effectieve ontruiming.

Wij zorgen ervoor dat alle signaleringssystemen naadloos integreren met uw bestaande installatie, zodat u altijd een betrouwbare waarschuwing krijgt. Een ongewenste onechte melding treedt op wanneer de brandmeldcentrale een melding afgeeft, maar er geen daadwerkelijke brand is.

Wat zijn ongewenste onechte meldingen en hoe kunnen deze worden voorkomen?

Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door hitte, rook, of een fout in de installatie.

Bij RH Beveiligingstechniek analyseren we uw installatie grondig om de oorzaak van deze meldingen te identificeren en te voorkomen. We adviseren over de juiste plaatsing van sensoren en de configuratie van de brandmeldcentrale.


RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

✓ Geverifieerd auteur ✓ brandveiligheid en beveiligingstechniek voor bedrijven
RH Beveiligingstechniek B.V.
RH Beveiligingstechniek B.V.
Specialist brandveiligheid en beveiligingstechniek

RH Beveiligingstechniek ondersteunt organisaties met brandmeld, ontruiming, CCTV, inbraakdetectie en toegangscontrole.

Meer over Ontruimingsalarminstallatie

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wanneer heeft uw bedrijf een ontruimingsalarminstallatie nodig?
Lees verder →