Een verzamelgebouw met meerdere huurders, winkels, kantoren of zorgpraktijken onder één dak. Klinkt overzichtelijk, tot er brand uitbreekt of een melding binnenkomt.
▶Inhoudsopgave
Dan wordt ineens duidelijk dat niet iedereen dezelfde afspraken heeft over wie de ontruiming start, wie de BHV aanstuurt en of het alarmsysteem wel alle gebruikers bereikt.
Dat is precies waar het vaak wringt.
Eén gebouw, meerdere verantwoordelijken
In een verzamelgebouw liggen de verantwoordelijkheden voor brandveiligheid en ontruiming niet vanzelfsprekend bij één partij. De eigenaar of VvE is op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verantwoordelijk voor de gezamenlijke voorzieningen: de brandmeldinstallatie, vluchtwegen, noodverlichting en het ontruimingsalarm.
Maar elke individuele gebruiker – de huurder van een winkel, een praktijk of kantoorruimte – moet zelf zorgen voor een bedrijfsnoodplan en BHV-organisatie voor zijn eigen deel.
De eigenaar en de gezamenlijke installatie
Het probleem ontstaat zodra een calamiteit het hele gebouw treft. Wie coördineert dan de algehele ontruiming? Hoe worden verschillende BHV-teams op elkaar afgestemd?
En wat gebeurt er als het ontruimingsalarm in het ene deel wel wordt gehoord, maar in het andere niet? De eigenaar of VvE is verantwoordelijk voor de centrale brandmeldinstallatie en het ontruimingsalarm dat alle gebruikers moet waarschuwen. Volgens NEN 2575 moet een ontruimingsalarminstallatie zo worden ontworpen dat het signaal in elke ruimte hoorbaar is. In de praktijk zien wij regelmatig dat in een verzamelgebouw de installatie wel aanwezig is, maar dat er geen duidelijke afspraken zijn over wie de melding opvolgt en hoe.
Stel: ergens op de tweede verdieping gaat een rookmelder af. De brandmeldcentrale geeft een signaal, maar is die doorgeschakeld naar een meldkamer?
De huurder en zijn eigen verantwoordelijkheid
Wie wordt er gealarmeerd? Is er een stappenplan voor ontruiming – en staat daarin welke verdiepingen eerst moeten worden geëvacueerd?
Vaak ontbreekt dat laatste, terwijl het Bbl en de normen daar wel om vragen. Als u een ruimte huurt in een verzamelgebouw, bent u als gebruiker zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van uw medewerkers en bezoekers. Dat betekent dat u een ontruimingsplan moet hebben voor uw eigen deel, BHV’ers moet opleiden en regelmatig moet oefenen.
Maar uw plan eindigt niet bij de voordeur. U moet ook weten hoe u aansluit op de centrale ontruiming en hoe u samenwerkt met andere gebruikers.
Wat ons opvalt is dat veel huurders denken dat de eigenaar alles regelt. Totdat de brandweer vraagt naar het ontruimingsplan en blijkt dat niemand de coördinatie op zich heeft genomen. Het bevoegd gezag (gemeente of brandweer) kan bij een controle eisen dat er een integraal ontruimingsplan ligt, waarin alle partijen zijn betrokken.
Een ontruimingsplan voor het hele pand
Een goed ontruimingsplan voor een verzamelgebouw beschrijft de afspraken tussen eigenaar en gebruikers.
Het legt vast wie de ontruiming leidt, wie de melding doet aan de hulpdiensten, wie de verzamelplaats beheert en hoe de BHV-teams van verschillende bedrijven samenwerken. Zonder zo’n plan blijft het gissen, en in een noodsituatie kost gissen tijd.
In de praktijk komt het erop neer dat u als eigenaar of VvE het initiatief moet nemen. U zorgt voor een centrale coördinator, vaak een speciaal opgeleide BHV’er of een externe partij, en u legt de procedures vast. Het ontruimingsalarm in uw kantoor moet duidelijk zijn voor alle gebruikers – visueel en auditief – en de verzamelplaats moet bereikbaar zijn voor iedereen, ook voor mensen met een beperking. Als installateur komen wij vaak pas in beeld bij de technische kant: het ontwerpen, plaatsen en onderhouden van de brandmeld- en ontruimingsinstallatie.
Maar wij zien ook dat een goede installatie pas echt werkt als de organisatie eromheen klopt.
De rol van de installateur
Daarom adviseren wij bij oplevering altijd om het logboek bij te houden en periodiek onderhoud te laten uitvoeren. Het Bbl schrijft voor dat een brandmeldinstallatie jaarlijks moet worden geïnspecteerd en dat het logboek actueel moet zijn. Bij een controle kan de brandweer dat inzien.
Eerlijk gezegd: een installatie die niet wordt beheerd, is een dure vergissing. Wij hebben meegemaakt dat in een pand met meerdere huurders de brandmeldcentrale wel alarm gaf, maar niemand wist hoe de ontruimingsinstallatie bij meerdere huurders werkte.
Dat lossen we op door samen met de beheerder de procedures door te nemen en de installatie gebruiksvriendelijk in te stellen.
Soms is een eenvoudig stappenplan bij de centrale al genoeg.
Praktische stappen voor eigenaren en gebruikers
- Zorg voor een actueel ontruimingsplan dat voor het hele gebouw geldt, met rollen en verantwoordelijkheden.
- Laat de brandmeld- en ontruimingsinstallatie ontwerpen volgens NEN 2535 en NEN 2575, afgestemd op de gebruiksfuncties.
- Maak afspraken over alarmering: wie wordt gebeld bij een storing, wie is het aanspreekpunt voor de brandweer.
- Oefen de ontruiming minimaal één keer per jaar met alle gebruikers, en evalueer de samenwerking.
- Houd een logboek bij van alle meldingen, storingen en onderhoudsbeurten – dat is verplicht en helpt bij aansprakelijkheidskwesties.
Of u nu eigenaar bent of huurder: het gaat erom dat u vooraf helder heeft wie wat doet. De techniek is daarin een middel, geen doel.
Een goede ontruimingsinstallatie werkt alleen als de mensen eromheen weten wat ze moeten doen. Als u vragen heeft over de eisen in uw gebouw of over de installatie zelf, neem dan gerust contact met ons op. We denken graag mee, zonder poespas.
Veelgestelde vragen
Wat is het stappenplan voor ontruiming bij brand?
Bij een brand of andere noodsituatie is een duidelijk stappenplan essentieel. Bij RH Beveiligingstechniek adviseren wij om in het plan eerst de verdieping waarop de brand zich bevindt te evacueren, daarna de verdieping direct boven of onder de brand, en uiteindelijk het gehele gebouw in overleg met de brandweer en coördinator.
Wat is een ontruimingsplan bij brand?
Het is cruciaal dat dit plan, in lijn met de NEN 2575, effectief is en regelmatig wordt geoefend. Een ontruimingsplan is een gedocumenteerd proces dat beschrijft hoe medewerkers en bezoekers veilig uit een gebouw kunnen vluchten bij een brand of andere noodsituatie.
Wat is de rol van de brandveiligheid bij ontruiming?
Dit plan bevat duidelijke instructies over vluchtroutes, verzamelplaatsen, de rol van BHV’ers en de procedures voor het gebruik van brandmeldinstallaties. Wij adviseren om dit plan regelmatig te actualiseren en te testen. De rol van BHV'ers is cruciaal bij een noodsituatie. Zij zijn verantwoordelijk voor het direct waarschuwen van aanwezigen, het starten van de ontruiming en het begeleiden van personen naar veilige verzamelplaatsen.
Wat moet er op een ontruimingsplan staan?
Wij adviseren om BHV-organisaties regelmatig te trainen en te oefenen om de effectiviteit van de ontruiming te waarborgen.
Wat zijn de 7 stappen van een brand en ontruiming?
Een effectief ontruimingsplan moet minimaal de vluchtroutes, de aangewezen verzamelplaatsen, de duidelijke verantwoordelijkheden van BHV’ers, de procedures voor het gebruik van blusmiddelen en de communicatieprotocollen bevatten. Wij adviseren om te zorgen voor een heldere en begrijpelijke formulering, zodat iedereen de instructies kan volgen in geval van nood. De stappen van een brand en ontruiming zijn: 1. alarm slaan, 2. de hulpdiensten informeren, 3. de ontruiming starten, 4. de personen verzamelen op de verzamelplaats, 5. de aanwezigheid controleren, 6. de situatie beoordelen en 7. pas na instructies van de brandweer terugkeren naar het gebouw. Een goede coördinatie en duidelijke communicatie zijn essentieel in elke fase.