Een brandmeldcentrale die midden in de nacht een storing aangeeft. U krijgt een melding op uw telefoon, maar weet niet of u er direct iets mee moet doen.
▶Inhoudsopgave
Moet u iemand laten uitrukken, of kan het wachten tot morgenochtend? Dat is een vraag die we bijna dagelijks krijgen van gebouweigenaren en facilitair managers.
Het antwoord is niet altijd zwart-wit, maar er zijn duidelijke richtlijnen.
Het verschil tussen een storing en een alarm
Eerst even een belangrijk onderscheid. Een alarm – bijvoorbeeld een brandmelding of inbraakdetectie – vraagt altijd om directe actie: ontruimen, BHV inschakelen, eventueel 112 bellen. Een storing is een technische afwijking in het systeem, zoals een defecte detector, een verbroken communicatielijn of een lege accu.
Die storing kan de werking van de installatie beïnvloeden, maar hoeft niet per se een direct gevaar te vormen.
Toch zijn er storingen die niet kunnen wachten.
Wanneer is een storing spoed?
Of een storing spoed heeft, hangt af van wat er precies aan de hand is en wat voor gebouw het betreft. In de praktijk hanteren wij de volgende vuistregels:
- Storing in de primaire functie: Als de brandmeldcentrale zelf uitvalt, of de ontruimingsinstallatie niet meer werkt, dan is dat direct spoed. Zonder werkende centrale kunt u bij een echte brand geen alarm geven. Dat is een risico dat u niet kunt nemen.
- Storing in de doormelding: Als het systeem geen alarm meer kan doorsturen naar de meldkamer of naar uw telefoon, dan mist u de melding. Ook dat is spoed, want u hoort niet of er iets aan de hand is.
- Storing in een kritisch onderdeel: Denk aan een defecte handbrandmelder op een vluchtroute, of een rookmelder in een ruimte met verhoogd brandrisico (bijvoorbeeld een keuken of technische ruimte). Die moet binnen afzienbare tijd worden vervangen.
- Storing in de stroomvoorziening: Als de noodstroom (accu’s) niet werkt en de netspanning valt uit, dan valt het hele systeem uit. Dat is spoed.
Wat me opvalt is dat veel gebouweigenaren denken dat een storing pas spoed is als het alarm afgaat.
Wanneer kan het wachten?
Maar een storing die de werking belemmert, is in feite een voorbode van een niet-werkend systeem. En dat is precies wat u wilt voorkomen. Niet elke storing vereist een nachtelijke uitruk.
Een enkele defecte detector in een weinig kritische ruimte – bijvoorbeeld een magazijn zonder bijzondere risico’s – kan vaak wachten tot de eerstvolgende werkdag. Ook een storing in een secundair systeem, zoals een camera die geen beeld geeft in een niet-beveiligde zone, is meestal geen spoed. Maar let op: als die camera onderdeel is van uw beveiligingsplan of verzekeringseis, kan het alsnog spoed worden. Het hangt dus sterk af van de gebruiksfunctie en de risicoanalyse van het pand.
In een zorginstelling of een school met veel mensen is de drempel lager dan in een leegstaand magazijn.
Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) schrijft voor dat een brandmeldinstallatie altijd bedrijfsklaar moet zijn, maar hoe snel een storing verholpen moet zijn, staat niet in dagen vast. Dat bepaalt u samen met uw installateur en eventueel de verzekeraar.
Hoe bepaalt u de urgentie?
Wij adviseren om vooraf een storingsclassificatie op te stellen. Dat kan eenvoudig in uw logboek of beheerplan. Maak onderscheid in drie categorieën:
- Categorie 1 – Spoed: Direct handelen, binnen 4 uur ter plaatse. Dit geldt voor storingen die de primaire veiligheid raken.
- Categorie 2 – Dringend: Binnen 24 uur oplossen. Bijvoorbeeld een defecte detector in een algemene ruimte, of een storing in de communicatie die nog niet volledig is uitgevallen.
- Categorie 3 – Normaal: Bij regulier onderhoud of gepland bezoek. Denk aan een melding van een bijna lege batterij of een software-update.
Het is verstandig om deze classificatie af te stemmen met uw bevoegd gezag (brandweer, gemeente) en verzekeraar.
Zo voorkomt u discussie achteraf. En eerlijk gezegd: het scheelt ook een hoop onnodige nachtelijke telefoontjes.
Praktijkvoorbeeld: een storing in de nacht
Stel, u krijgt om 02:00 uur een melding van een storing op de brandmeldcentrale: “communicatiefout naar meldkamer”. Weten wat u dan moet doen? Dat is categorie 1. U belt ons, en wij rijden uit.
Binnen een uur blijkt het een defecte router te zijn. We vervangen die, testen de doormelding, en het systeem werkt weer. Kosten: een uurtarief en een nieuw onderdeel.
Maar als u had gewacht tot de ochtend, had u acht uur lang geen bewaking bij een alarm buiten werktijd gehad.
Bij een echte brand in die periode had u het zelf moeten ontdekken. Dat risico weegt niet op tegen de kosten van een spoedbezoek. Ander voorbeeld: een storingsmelding “detector vervuiling” in een kantoorruimte. Dat kan wachten tot de volgende dag.
De detector werkt nog, maar geeft mogelijk iets vaker een vals alarm. Geen direct gevaar, wel een aandachtspunt voor het onderhoud.
Wat zegt de norm?
In de NEN 2535 (brandmeldinstallaties) en NEN 2575 (ontruimingsinstallaties) staat dat een installatie altijd in bedrijf moet zijn. Storingen moeten worden verholpen volgens een vastgesteld plan, waarbij het ontruimingssignaal testen essentieel is.
Het Bbl stelt eisen aan de betrouwbaarheid, maar laat de invulling over aan de gebruiker en installateur.
Wij zien vaak dat een goed onderhoudscontract met duidelijke serviceniveaus (SLA) de beste oplossing is. Daarin legt u vast wat spoed is, wat niet, en binnen welke tijd wij reageren. Let op: wij geven geen juridisch advies, maar in de praktijk blijkt dat een heldere storingsprocedure u veel hoofdpijn bespaart. Zeker bij een controle door de brandweer of een verzekeraar.
Tot slot: voorkom storingen
Natuurlijk is het nog beter om storingen te voorkomen. Periodiek onderhoud, zoals het testen van detectoren, het controleren van accu’s en het updaten van software, vermindert het aantal storingen aanzienlijk. En als er dan toch een storing optreedt, weet u precies wat u moet doen.
Heeft u vragen over het opstellen van een storingsclassificatie of wilt u weten hoe wij dat voor uw gebouw kunnen regelen?
Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag mee, zonder verplichtingen.
Veelgestelde vragen
Wat moet een BHV'er doen als hij/zij wordt gealarmeerd door het ontruimingssignaal?
Bij een ontruimingssignaal is de eerste prioriteit het veilig evacueren van het gebouw. Wij van RH Beveiligingstechniek adviseren om direct de route te volgen die is aangegeven in het evacuatieplan en alle personen te helpen bij het verlaten van het gebouw. Het is belangrijk om rustig te blijven en de instructies van de BHV'er of andere verantwoordelijken op te volgen.
Hoe werkt een ontruimingsalarm precies?
Een ontruimingsalarm activeert zich doorgaans automatisch via een rookmelder. Het signaal wordt dan via de brandmeldcentrale naar de meldkamer en/of naar de gebruikers via bijvoorbeeld een telefoon of mobiele app gestuurd.
Wat is de belangrijkste taak van een bedrijfshulpverlener (BHV'er) bij een brand?
Wij zorgen ervoor dat de installatie correct is gekoppeld en dat de meldingen betrouwbaar worden afgeleverd, zodat iedereen tijdig wordt gewaarschuwd. De primaire taak van een BHV'er bij een brand is het veilig evacueren van het gebouw en het assisteren van anderen bij het verlaten van het pand.
Kan ik in geval van nood nog steeds 112 bellen?
Wij adviseren om de BHV'er zich te concentreren op het begeleiden van personen naar de veilige uitgang en het controleren of iedereen het gebouw heeft verlaten. Het blussen van een brand is een secundaire taak, en alleen toegestaan als de BHV'er voldoende training heeft en de juiste apparatuur tot zijn beschikking heeft. Ja, het is altijd mogelijk om 112 te bellen, zelfs als er een alarm is afgeslagen.
Wat is de eerste stap bij een ontruiming?
Wij raden aan om 112 te bellen als er sprake is van een onveilige situatie die verder gaat dan de meldingen van de brandmeldinstallatie.
Het is belangrijk om de situatie duidelijk te beschrijven en de locatie te vermelden. De eerste stap bij een ontruiming is het slaan van het alarm, wat automatisch gebeurt via de rookmelders. Wij zorgen ervoor dat de alarmcentrale correct is ingesteld en dat de meldingen direct worden doorgegeven. Daarna is het van cruciaal belang om de route te volgen die aangegeven is in het evacuatieplan en de instructies van de BHV'er op te volgen.