Een verbouwing is meer dan alleen muren verzetten of een nieuwe indeling maken. Zodra de plattegrond verandert, verandert ook de werking van uw ontruimingsinstallatie.
▶Inhoudsopgave
Wij zien regelmatig dat een pand wordt opgeknapt, maar dat de brandmeld- of ontruimingsinstallatie nog precies zo hangt als vijftien jaar geleden.
Dat kan problemen geven – niet alleen bij een eventuele brand, maar ook bij een inspectie of oplevering.
Waarom een verbouwing invloed heeft op uw ontruimingsalarm
Een ontruimingsinstallatie is ontworpen op een specifiek gebouw. De plaatsing van melders, signaleringsapparatuur en ontruimingsroutes is afgestemd op de oorspronkelijke indeling, gebruiksfunctie en bezetting. Zodra u een wand verplaatst, een ruimte samenvoegt of een nieuwe bestemming geeft aan een verdieping, klopt die afstemming niet meer.
Wat ons opvalt: veel gebouweigenaren denken dat een ontruimingsinstallatie 'gewoon blijft werken' zolang de centrale niet wordt verplaatst.
Maar een melder die eerst in een open kantoorruimte hing, kan na een verbouwing ineens in een afgesloten archiefkast terechtkomen. Of een ontruimingsluidspreker die eerst een hele verdieping bestreek, wordt na het plaatsen van een tussenschot niet meer goed gehoord in de nieuwe hoek.
Wat moet u minimaal controleren?
1. Dekking en plaatsing van melders
De NEN 2535 (voor brandmeldinstallaties) en NEN 2575 (voor ontruimingsalarminstallaties) schrijven voor dat elke ruimte of zone voldoende wordt bewaakt. Bij een verbouwing verandert de ruimtelijke indeling.
Een nieuwe wand kan de rookverspreiding beïnvloeden, waardoor een melder te laat of helemaal niet reageert. Ook kunnen er nieuwe dode hoeken ontstaan waar een ontruimingssignaal niet meer hoorbaar is. Wij adviseren om na elke ingrijpende verbouwing een dekkingsberekening opnieuw uit te voeren.
2. Ontruimingsroutes en vluchtwegen
Dat geldt zowel voor rookmelders, handbrandmelders als voor de signaleringsapparatuur (zwaailichten, luidsprekers).
Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) stelt eisen aan de lengte en breedte van vluchtwegen, en aan de herkenbaarheid van de uitgangen. Een verbouwing kan deze routes wijzigen. Denk aan een deur die wordt dichtgezet, een gang die smaller wordt, of een nieuwe bestemming waardoor er meer mensen in een ruimte komen.
3. Gebruiksfunctie en bezetting
De ontruimingsinstallatie moet deze nieuwe situatie ondersteunen. Dat betekent dat de signalering (bijvoorbeeld 'uitgang'-borden, ontruimingsalarm met gesproken mededeling) moet worden aangepast aan de nieuwe looproutes.
Ook de aansturing van deurvergrendelingen of elektrische sloten moet opnieuw worden beoordeeld.
Een verbouwing gaat vaak samen met een andere bestemming. Een magazijn wordt een kantoor, een winkel wordt een horecagelegenheid. Het Bbl koppelt de eisen aan brandveiligheid aan de gebruiksfunctie. Een hogere bezetting of minder zelfredzame personen (bijvoorbeeld in de zorg) kan betekenen dat u uw ontruimingsinstallatie moet aanpassen.
Wij zien dat verzekeraars hier ook naar kijken. Als u na een verbouwing een andere risicoklasse krijgt, kan de verzekering eisen dat de installatie wordt opgewaardeerd. Het is verstandig om dit vooraf met uw installateur en verzekeraar af te stemmen.
Praktijkvoorbeeld: een kantoorverdieping wordt opgedeeld
Een paar maanden geleden werden we gebeld door een facilitair manager. Zijn kantoorverdieping werd verbouwd van een open indeling naar vier aparte vergaderruimtes.
De bestaande ontruimingsinstallatie had één rookmelder in het midden van de ruimte en één luidspreker aan het plafond. Na de verbouwing hing die melder in een van de vier kamers, en de luidspreker was alleen in die ene ruimte goed hoorbaar. De andere drie kamers hadden geen enkele dekking. Oplossing: we hebben extra melders en luidsprekers geplaatst, de centrale opnieuw geprogrammeerd en de installatie getest. Het koste wat tijd, maar het voorkwam dat de installatie bij een inspectie werd afgekeurd – en het belangrijkste: bij een echte brand zouden mensen in de andere kamers het alarm niet hebben gehoord.
Regelgeving en certificering
Het Bbl schrijft voor dat brandmeld- en ontruimingsinstallaties moeten voldoen aan de geldende normen. Bij een verbouwing kan het zijn dat de installatie niet meer aan die normen voldoet.
In dat geval moet u de installatie laten aanpassen en opnieuw laten inspecteren. Afhankelijk van de omvang van de verbouwing kan een nieuw inspectiecertificaat nodig zijn. Let op: het is niet altijd nodig om de hele installatie te vervangen.
Soms volstaat het toevoegen van enkele componenten of het herprogrammeren van de centrale.
Maar dat moet wel worden gedocumenteerd en getest. Wij raden aan om altijd een logboek bij te houden van wijzigingen, zodat u bij een controle kunt aantonen dat de installatie blijft voldoen.
Wat wij in de praktijk doen
Als we bij een verbouwing worden betrokken, beginnen we met een inventarisatie van de nieuwe situatie.
We bekijken de bouwtekeningen, de nieuwe indeling en het beoogde gebruik. Daarna toetsen we de bestaande installatie aan de NEN 2575 en het Bbl. Vervolgens maken we een plan voor aanpassingen – van extra melders tot herpositionering van signaleringsapparatuur.
Na de aanpassing testen we de installatie volledig en leveren we een rapportage. Eerlijk gezegd: het is vaak eenvoudiger om dit voor de verbouwing te regelen dan achteraf.
Als de muren er al staan, is het lastiger om kabels te trekken of melders te plaatsen.
Door het mee te nemen in de verbouwplanning bespaart u tijd en kosten.
Tot slot
Een ontruimingsinstallatie is geen statisch systeem. Het is daarom belangrijk om bij wijzigingen de functiebehoud van uw ontruimingsinstallatie te toetsen, zodat het systeem meebeweegt met het gebouw.
Bij elke verbouwing – groot of klein – is het verstandig om de ontruimingsinstallatie bij veel bezoekers opnieuw te bekijken. Niet alleen vanwege de regels, maar vooral omdat het veiligheid betreft. Heeft u vragen over uw specifieke situatie?
Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag mee, zonder verkooppraatjes.
Veelgestelde vragen
Wat moet ik doen bij een verbouwing aan mijn gebouw?
Bij een verbouwing is het cruciaal om de werking van uw ontruimingsinstallatie te controleren.
Hoe beïnvloedt een verbouwing de dekking van mijn ontruimingsinstallatie?
Wij adviseren om na elke ingrijpende verbouwing een dekkingsberekening opnieuw uit te voeren, omdat een verplaatste wand of veranderde indeling de effectiviteit van de installatie kan beïnvloeden. Zo blijft de installatie optimaal beschermend voor uw medewerkers. De NEN 2535 en NEN 2575 vereisen voldoende dekking van elke ruimte of zone.
Wat zijn de gevolgen van een veranderde indeling voor mijn vluchtroutes?
Een nieuwe wand kan de rookverspreiding veranderen, waardoor een melder te laat reageert of helemaal niet functioneert. Ook ontstaan er potentieel dode hoeken.
Hoe moet ik de signalering aanpassen na een verbouwing?
Daarom is het essentieel om na een verbouwing de dekkingsberekening te laten controleren door een specialist.
Het Besluit Bbl leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de lengte en breedte van vluchtroutes en de herkenbaarheid van uitgangen. Een verbouwing kan deze routes wijzigen, bijvoorbeeld door een deur te sluiten of een gang smaller te maken. Wij adviseren om deze routes na een verbouwing te herzien en aan te passen aan de nieuwe situatie. De signalering, zoals 'uitgang'-borden en ontruimingsalarms met gesproken mededelingen, moet worden aangepast aan de nieuwe looproutes.
Wat is de rol van het Bbl bij verbouwingen en brandveiligheid?
Wij zorgen ervoor dat de signalering optimaal herkenbaar is en de juiste informatie geeft, zodat uw medewerkers veilig kunnen evacueren. Het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl) koppelt de eisen aan brandveiligheid aan de gebruiksfunctie van een gebouw.
Een verbouwing kan leiden tot een andere functie, wat weer impact heeft op de vereiste brandveiligheidsmaatregelen. Wij helpen u om de juiste eisen te identificeren en te implementeren, zodat uw gebouw voldoet aan de wettelijke eisen.